Gehoor

Bij spraakafzien kijkt u naar de lippen, de kaak en de tong.

Maar ook naar:

  • gezichtsuitdrukking
  • lichaamstaal (houding en gebaren)
  • context (het hele verhaal)

Dit bij elkaar maakt dat u gesproken informatie kunt “zien”.

Door spraakafzien kunt u beter communiceren met horende mensen. Als u woorden (vaak) niet goed verstaat, is het prettig om de informatie die u mist, te kunnen aanvullen door naar de spreker te kijken.

Om klanken te kunnen aflezen, leert u eerst hoe klanken met de lippen, kaak en tong gemaakt worden. Omdat woorden uit meerdere klanken bestaan, wordt vooral geoefend in woorden en zinnen. Ongeveer 33 % van wat iemand zegt, is van de lippen af te zien. Naast liplezen leert u daarom ook kijken naar de gezichtsuitdrukking en de lichaamshouding.

Een ervaring: “Nu ik kan spraakafzien, versta ik beter wat iemand zegt”.

De training Spraakafzien volgt u individueel en wordt afgestemd op wat u nodig heeft. Aan het begin van elke bijeenkomst wordt besproken wat behandeld wordt en met welk doel. Daarnaast krijgt u opdrachten waarmee u thuis kunt oefenen. Indien u een partner heeft, wordt deze ook in de behandeling betrokken en krijgt u beiden voorlichting op maat.